Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.

In memoriam Janneke van Mens-Verhulst

Een persoonlijke herinnering

Op 30 november 2020 bereikte mij een droevig bericht. Mijn dierbare collega prof. dr. Janneke van Mens-Verhulst is overleden.

Janneke van Mens-Verhulst

Ik heb Janneke leren kennen toen ik bij de toenmalige Utrechtse vakgroep andragologie in 1977 na mijn studie andragologie als medewerker voor onderzoek werd aangesteld. Dat was een plezierige werkomgeving met een kleine staf waarin goed werd samengewerkt. Janneke was in 1972 afgestudeerd als andragologe toen het vak zich onder de leiding van Ten Have ontwikkelde van sociale pedagogie naar een eigen academische discipline. Voor zij bij de Utrechtse vakgroep andragologie in 1976 werd aangesteld om onderwijs in agogisch handelen op te zetten, gaf zij bij de Utrechtse geneeskundige faculteit trainingen aan aanstaande huisartsen. Bij de vakgroep sloot haar voortvarende en enthousiaste aanpak goed aan bij studenten die in die tijd via het onderwijs actief bijdroegen aan de ontwikkeling van het vak. Ook vooral omdat zij de studie vaak deden vanuit een baan in een andragologische praktijk. Geïnspireerd door het toenmalige hoofd van de vakgroep Okko Warmenhoven waren zij geïnteresseerd in de emancipatie van cliënten van de hulpverlening. Dat betekende ook een rolverandering in de hulpverlening. Daarop inspelend ontwikkelde Janneke samen met haar collega Ingerlise Andersen het studentenproject `roldoorbrekende hulpverlening’. Dat mondde uiteindelijk uit in het project 'kwaliteit van vrouwenhulpverlening'. Een voorbode van haar latere carrière als hoogleraar gespecialiseerd in vrouwenhulpverlening en diversiteit. Intussen kon ik het goed met Janneke vinden, ook al vanwege haar verfrissende en roldoorbrekende stijl als wij in de vakgroep in de zoveelste vergadering zaten. Daarbij sloot haar betrokkenheid op de kwaliteit van hulpverlening, niet alleen voor vrouwen, aan bij mijn belangstelling voor en onderzoek van de kwaliteit van de gezondheidszorg.

Inmiddels kwam eind jaren zeventig de vakgroep in ander vaarwater terecht. Meer studenten kozen voor andragologie als een aantrekkelijke studierichting. Dat betekende meer financiële armslag, meer academische erkenning en de mogelijkheid hoogleraren aan te stellen. In Utrecht leidde dat in 1982 tot de aanstelling van Jan Klabbers tot hoogleraar empirische andragologie. Voor Janneke betekende dat vanuit haar wetenschappelijke nieuwsgierigheid de kans om zich te verdiepen in de systeemdynamische- en spelsimulatie benadering van Jan Klabbers. Dat wilde zij bruikbaar maken voor het denken over en handelen voor vrouwenhulpverlening. Die ambitie leidde in 1988 tot een fraai proefschrift: 'Modelontwikkeling voor vrouwenhulpverlening' [1]. Janneke was toen inmiddels al overgestapt naar de Utrechtse vakgroep klinische psychologie zodat haar promotie een samenwerking was tussen Jan Klabbers en de hoogleraar bij klinische psychologie, Jos Dijkhuis.

Dat deed zij in onrustige tijden die in de jaren tachtig de bezuinigen in het onderwijs met zich meebrachten. Daarvan werd de Utrechtse studierichting andragologie in 1983 uiteindelijk het slachtoffer. Janneke heeft zich daar op een bewonderingswaardige wijze doorheen geslagen. Solidair met haar collega's die door de reorganisatie in de kou kwamen te staan. Geen water in de wijn wat betreft haar bij door andragologie gevormde wetenschapsopvatting. Zo leerde ik Janneke in die tijd nog beter kennen. Zij steunde mij bij de nieuwe vakgroep gamma-informatica waarvan Jan Klabbers de leiding kreeg, die helaas in 1995 werd opgeheven. Zij werkte met mij samen bij de vakgroep methodenleer en statistiek waarin ik vervolgens terecht kwam. Onze wegen scheiden zich langzamerhand na 1995. Maar onze inhoudelijke samenwerking op uitdagende, door andragologie geïnspireerde thema's bleef bestaan.

Bijzonder vond ik toen dat zij met mij samenwerkte bij onderzoek waar veel van mijn Nederlandse collega's niet aan durfden te beginnen, omdat het tegen de dominante manier van denken over sociale wetenschappen inging. Zo werd zij met mij geïnspireerd door een nieuwe wetenschappelijke ontwikkeling waarvan de Utrechtse hoogleraar in wiskunde Ferdinand Verhulst samen met de KNAW voorzitter Henk Tennekes in de jaren negentig in Nederland de voortrekkers waren. Een verder doordenken op wat je met behulp van wetenschappelijke modellen wel of niet kunt voorspellen en hoe je daarop kunt inspelen. Wat toen bekend werd als de 'chaostheorie' liet op een fascinerende wijze zien dat dynamische systemen in bepaalde omstandigheden konden wisselen tussen orde en chaos. Met onder andere Louwrens ten Brummeler, Dorien de Tombe, Piet Vroon, Gerard de Zeeuw en Rob Zuijderhoudt vroeg zij zich af wat dat betekende voor de menswetenschappen. Waarmee zij een andere kant belichtte van haar expertise. Zij was namelijk inmiddels ook een gewaardeerd opleider bij de organisatieveranderaar Schouten en Nelissen geworden. Dat leverde een intrigerend artikel op 'Over zelfproductie van organisaties en chaosmangement' [2]. Vanuit die interesse voor 'chaosmanagement' hebben wij ook samen met succes een cursus ontwikkeld en gegeven voor medewerkers van IBM Nederland.

Daarnaast was zij ook geïnteresseerd in een stroming in de sociologie, geïnspireerd door de cyberneticus Wiener, waarin feedbackrelaties tussen mensen een belangrijke rol speelden. Zij was dan ook van 1998 tot 2003 voorzitter van een geavanceerde Nederlandse Interuniversitaire werkgroep sociocybernetica van de SISWO waarin dat werd bediscussieerd. Vanuit die interesse schreef zij samen met mij voor internationale sociologen een artikel over deze nieuwe denkwijze in het tijdschrift 'International Review of Sociology' [3].

Wat betreft onderzoek gebruikten Janneke en ik, samen met twee briljante studenten Etzel van Kuijk en Niek Lam, computersimulatie om te begrijpen waarom sommige patiënten met onverklaarbare medische klachten er wel in slaagden die klachten te boven te komen en sommigen niet. Dit deden wij met materiaal uit onderzoek van het NIVEL waar Jozien Bensing bij was betrokken die ook niet terugdeinsde voor geavanceerde methoden van onderzoek. Dat leidde tussen 1999 en 2004 tot een aantal fraaie publicaties [4] in geavanceerde en hoog aangeschreven tijdschriften.
Die Engelstalige publicaties, samen met publicaties die voortkwamen uit een samenwerking met een andere solidaire Utrechtse collega René Hoksbergen, steunde mij om te ontsnappen uit het benauwde Nederlandse wereldje van onderzoeksscholen waarvoor men zich in die tijd moest kwalificeren. Janneke had daar bij haar vakgroep klinische psychologie geen problemen mee. Ook al omdat zij in 1995, door aan de weg te timmeren voor vrouwenhulpverlening, bijzonder hoogleraar geworden aan de Universiteit voor Humanistiek. Haar oratie in 1996 was dan ook een weldaad voor mijn kritisch wetenschappelijk oor.

De wijze waarop zij vervolgens haar opdracht als hoogleraar uitwerkte in onderwijs en onderzoek vond ik indrukwekkend. Veel projecten, een lange lijst van publicaties, veel internationale contacten, een verzameling bestuurlijke functies zowel wetenschappelijk als maatschappelijk. Haar afscheidsrede in 2006 als hoogleraar bij de Universiteit voor Humanistiek 'Werken aan de hulpverlening. Van tweerichtingsverkeer tot kruispunt-denken' gaf een mooie samenvatting van haar ontwikkeling in denken [5]. Het is allemaal goed gedocumenteerd op haar website die ik dan ook aanraad om te raadplegen.

Janneke is ook haar andragologische inspiratie trouw gebleven. Door bestuurslid te worden van de Kring Andragologie van de Amsterdamse Universiteit die dankzij mijn andere onverschrokken collega uit mijn Utrechtse tijd, Henk Wesseling, tot bloei is gekomen. Door lezingen te geven voor alle Amsterdamse Alumni op de Amsterdamse Universiteits Dagen. Daarbij haar kennis en expertise demonstrerend die zij als hoogleraar bij de Universiteit voor Humanistiek verder had ontwikkeld. In 2007 gaf zij een inkijk in haar ontwikkelde ideeën in een lezing met de titel 'Intersectionaliteit in vijf veronderstellingen'. In 2011 bediscussieerde zij bij de AUV dagen 'Het sprookje van de derde leeftijd'.
Daarnaast was zij in de kring zelf actief in kennislunches als het bijvoorbeeld ging om het bediscussiëren van levenslang leren met een voordracht 'Vorming en leren in relatie tot inclusie, diversiteit en identiteit' in 2018. Verder deed zij mij bij de kennislunches in datzelfde jaar een plezier met het samen nadenken over het nut van de systeemdynamische benadering bij actuele maatschappelijke problemen.
En ook nog, doorgaande op haar proefschrift, heeft zij samen met de andragoloog en 'ontwerper van managementgames' Bart van Linder een waardevol artikel geschreven over 'Simulatie als onderzoeksmethode' [6].

Kortom. Janneke heeft een onschatbare bijdrage geleverd aan wetenschappelijke en maatschappelijke activiteiten op het gebied van de andragologie en 'vrouwenhulpverlening en diversiteit' in het bijzonder. Maar ook wat betreft de sociale wetenschappen in het algemeen.
Ik mis haar als wetenschappelijke collega, maar ook persoonlijk.

Cor van Dijkum

Enige publicaties van Janneke:
[1] Mens-Verhulst, J. van (1988). Modelontwikkeling voor vrouwen hulpverlening, Proefschrift, ISOR, RUU.
[2] Mens-Verhulst (1992). Over zelfproductie van organisaties en chaosmangement. In Dijkum C. van, Tombe D. de (red) Gamma Chaos: onzekerheid en orde in de menswetenschappen. Bloemendaal: Aramith Uitgevers, 138-152.
[3] Dijkum C.van, Mens-Verhulst J. van (2002). Sociocybernetics Going beyond the Logic of the Social Sciences. International Review of Sociology, Vol. 2, 2, 193-201.
[4] : Mens-Verhulst J. van, Dijkum C. , Kuijk E. van, Lam N. (1999). Dealing with fatigue: the importance of health-related action patterns. Patient Education and Counseling, 36, 65-74.
Dijkum C. , Mens-Verhulst J. van, Kuijk E. van, Lam N. (2002), System Dynamic Experiments with Non-linearity and a Rate of Learning, Journal of Artificial Societies and Social Simulation, Vol. 5, 3.
Mens-Verhulst J. van, Dijkum C. , Kuijk E. van, Lam N. (2003). The self-regulation of fatigue and associated complaints: an exploratory simulation. Patient Education and Counseling. Volume 49, Issue 1, January 2003, 53-57.
[5] Mens-Verhulst , J. van . Werken aan de hulpverlening. Van tweerichtingsverkeer tot kruispunt-denken. Afscheidscollege, Utrecht 1 nov. 2006.
[6] Simulatie als onderzoeksmethode”, Mens Verhulst J., Linder B. van. (2014). In C. van Dijkum & L. Tavecchio (red). Praktijkonderzoek in ontwikkeling. Nieuwe inzichten en voorbeelden. Den Haag: Boom Lemma, 117-132.

Dit zijn maar een paar publicaties gekozen vanuit mijn andragologische geschiedenis en perspectief. Een volledige lijst van publicaties is hier te vinden.