Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.

In memoriam Henk de Gans (1938-2020)

Op woensdag 20 mei 2020 overleed Henk de Gans, tot 2003 universitair hoofddocent Planologisch en Demografisch instituut. Henk de Feijter schreef onderstaand memoriam.

Universitair hoofddocent Planologisch en Demografisch instituut
Overleden – 20 mei 2020. Geboortedatum 20 oktober 1938

De geschiedenis van Henk de Gans aan de UvA is nauw verbonden met de opkomst van de demografische wetenschap in Nederland.  Deze ging direct samen met de komst van een nieuwe wetenschap aan de UvA, namelijk de planologie. In  1962 werd na lange discussie en veel verzet de leerstoel planologie en demografie ingesteld, nog binnen wat toen de Verenigde Faculteiten heette. De eerste hoogleraar werd prof. Willem Steigenga. Hij vond deugdelijk sociaal-economisch onderzoek ten behoeve van de ruimtelijke planning van groot belang. De demografie speelde daarbij een belangrijke rol.  Om de demografiekant verder uit te bouwen en wetenschappelijk te verdiepen werd Henk in 1964 aangesteld, hij had in Utrecht sociale geografie gestudeerd. Zijn interesse in de methoden van het demografievak werd verder aangewakkerd toen hij zich tijdens een verblijf aan het Ined, het Institut national d’études démographiques in Parijs ging verdiepen in de finesses van de demografische analyse.  De Franse demografen speelden een voorname rol in Europa en waren sterk analytisch georiënteerd. Het leerboek van Roland Pressat, l’Analyse Démographique, heeft nog lang de inmiddels opgezette opleiding gekenmerkt. Het onderwijs van het vak demografie, of het nu keuzevak, bijvak, hoofdvak of specialisatie werd genoemd, was altijd Henks core business. In de voortdurende herstructurering van de universiteiten verloor de demografie zijn positie als zelfstandige opleiding. De planologie is nu samen met de sociale geografie ondergebracht in de Bachelor Sociale Geografie en Planologie, en komt verder naar voren in het masterprogramma. De demografie is vrijwel verdwenen. 

Buiten het onderwijs was Henk, na het overlijden van professor Steigenga in 1974, bestuurder van zowat alle organisatievormen waarbinnen het vak demografie zich bevond: eerst van de subfaculteit Planologie en Demografie binnen de Interfaculteit der Aardrijkskunde en Prehistorie, later van de vakgroep Planologie en Demografie van de Faculteit der Ruimtelijke Wetenschappen, totdat de universitaire bestuurlijke hervormingen alles weer overhoop haalden en de afdeling Ruimtelijke Wetenschap binnen de Faculteit Maatschappij- en Gedragswetenschap ontstond. 

Buiten de deur was Henk lid van de Amsterdamse Raad voor de Stedenbouw, van het bestuur van het NIDI, het interuniversitair demografisch instituut. Schrijven deed hij graag, hij was jarenlang columnist van Rooilijn, van het demografenblad Bevolking en Gezin, en na zijn pensionering in 2003 nog van het blad voor liefhebbers van ex librissen.

In de vele berichten die zijn collega’s  na zijn overlijden met elkaar deelden, komt naar voren dat we met Henk een zachtmoedige en wijze collega met grote en echte belangstelling voor andere mensen hebben verloren. Niemand had ooit ruzie met hem,  ook niet in de roerige tijden van de democratisering en de herstructurering. 

Al met al is er een eind gekomen aan een periode aan de UvA waarin de planologie en demografie een zelfstandige rol speelden. Om een collega te citeren, het is alsof er een deur achter je dicht is gegaan.