Online aanpak van seksuele problemen bij ex-borstkankerpatiënten succesvol

16 november 2018

De helft tot driekwart van de vrouwen die voor borstkanker zijn behandeld, ervaren na de behandeling in enige mate seksuele problemen. Lisanne Hummel keek in haar promotieonderzoek naar de effectiviteit van een online behandeling voor (ex-)borstkankerpatiënten met een DSM-IV-diagnose seksuele disfunctie. Het bleek te werken. Op woensdag 28 november promoveert Hummel aan de Universiteit van Amsterdam.

Hoewel traditionele behandelmethoden - zoals face-to-face-CGT (cognitieve gedragstherapie) - effectief zijn in het behandelen van seksuele disfuncties, is er een discrepantie tussen de gerapporteerde behoefte aan seksuologische gezondheidszorg en het daadwerkelijke gebruik van dergelijke zorg door (ex-)borstkankerpatiëntes. CGT via internet (internet-CGT) kan een alternatief zijn, onder andere vanwege de grotere toegankelijkheid en de anonimiteit van een online omgeving.

Seksuele disfunctie

‘Veel vrouwen ervaren seksuele problemen na de behandeling van borstkanker. Daarbij gaat het onder meer om verminderd seksueel verlangen en verminderde seksuele opwinding. Bij een deel van de ex-borstkankerpatiëntes is zelfs sprake van een diagnose ‘seksuele disfunctie’ volgens de criteria van DSM-IV. Vrouwen met zo’n diagnose ervaren seksuele problemen die aanzienlijke lijdensdruk veroorzaken,’ vertelt Hummel.

‘Het onderwerp seksualiteit na borstkanker mag meer aandacht krijgen, zodat vrouwen en hun partners weten dat zij niet de enigen zijn en dat er met psychologische behandeling iets aan de klachten kan worden gedaan’, vertelt Hummel, die werkt aan het Nederlands Kanker Instituut-Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis (NKI-AVL). ‘Seksuele gezondheid draagt in grote mate bij aan de kwaliteit van leven. Na een behandeling van borstkanker hebben vrouwen bovendien wellicht nog wel meer behoefte aan de geborgenheid die seks en intimiteit kunnen geven. Deze studie vormt een belangrijke stap in het op de kaart zetten van het onderwerp en het ontwikkelen van speciaal op deze doelgroep gerichte, op maat gemaakte hulp.’.

Positief effect

Aan het onderzoek deden 169 vrouwen mee die succesvol waren behandeld voor borstkanker. Elke vrouw werd gekoppeld aan een seksuoloog die haar begeleidde door het internet-CGT-programma. De therapie was opgebouwd uit maximaal 20 wekelijkse sessies. Het programma bestond uit verschillende modules met informatieteksten en huiswerkopdrachten waarover een rapportage aan de therapeut werd geschreven. De therapeut reageerde daarop met persoonlijke feedback. Ook werd gevraagd de partner te betrekken bij de therapie. De keuze van modules was afgestemd op de specifieke klachten van een vrouw.

Hummel: ‘Mijn studie toont aan dat internet-CGT een positief effect heeft op het seksueel functioneren en het lichaamsbeeld van (ex-)borstkankerpatiëntes met een seksuele disfunctie. Vergeleken met vrouwen in de controlegroep rapporteerden vrouwen die de internet-CGT ondergingen een grotere verbetering tussen het begin en het eind van de behandeling in het algehele seksuele functioneren, het seksuele verlangen, de seksuele opwinding, het vochtig worden van de vagina tijdens seks en het seksueel genot, en een grotere afname van ongemak en pijn tijdens seks en van zorgen over de seksuele problemen dan vrouwen in de controlegroep.’

Er werd een klinisch significante verandering in het seksueel functioneren waargenomen bij 63% van de interventiegroep; dit tegenover 32% van de controlegroep. De kans op een klinisch significante verbetering was 3,66 keer groter in de behandelde groep dan in de controlegroep.

Langetermijneffect

De positieve effecten van het behandelprogramma werden behouden tot negen maanden na het beëindigen van de behandeling. Het lichaamsbeeld van de vrouwen verbeterde zelfs nog verder na de afronding van de CGT. Seksueel genot was het enige domein dat, na een verbetering tijdens de internet-CGT, significant afnam tijdens de follow-up periode. Het bleef echter boven het niveau van voor de behandeling.

Effect op de partner

De partners van vrouwen die de interventie ondergingen, rapporteerden ook een verbetering gedurende de CGT in hun seksueel functioneren (zoals het kunnen krijgen van orgasme, en hun tevredenheid met gemeenschap). Ook waren ze meer tevreden met hun seksuele relatie en seksuele intimiteit met hun partner. Op de lange termijn bleven echter alleen de positieve effecten op deze twee laatste gebieden behouden.

Betrokkenheid partner

Hummel denkt dat de rol van de partner in de toekomst groter zou moeten zijn: ‘Toekomstige interventies via internet zouden de partner meer moeten betrekken, door extra modules op te nemen die zich specifiek richten op mannelijk seksueel functioneren. Meer onderzoek is nodig om de optimale betrokkenheid van de partner in sekstherapie na kankerbehandeling te bepalen en om vast te stellen wat de voorwaarden zijn om een blijvend effect op het seksueel functioneren van de partner te realiseren. Gezien de zeer snelle ontwikkelingen in e-health-interventies en de bijbehorende technologie, zouden toekomstige studies een werkwijze kunnen hanteren waarin de interventie in de loop van het onderzoek constant wordt verbeterd en aangepast aan de huidige state of the art.’

Het onderzoek werd gefinancierd door het Antoni van Leeuwenhoek, KWF Kankerbestrijding en Pink Ribbon.

Met drie collega-psychologen schrijft Lisanne Hummel op de website bedmanieren.nl vanuit haar klinische en wetenschappelijke ervaring over seksualiteit in de breedste zin van het woord.

Ook maakte zij met collega’s een podcastserie over seksualiteit na borstkanker.

Promotiegegevens

Mw. S.B. Hummel: Internet-based cognitive behavioral therapy for sexual dysfunctions after breast cancer. Promotoren zijn prof. dr. N.K. Aaronson en prof. dr. J.J.D.M. van Lankveld (Open Universiteit Nederland).

Tijd en locatie

De promotie vindt plaats op woensdag 28 november, om 14.00 uur.
Locatie: Agnietenkapel, Oudezijds Voorburgwal 231, Amsterdam.

Gepubliceerd door  UvA Persvoorlichting