Aandacht nodig voor ondermaats tekstbegripniveau middelbare scholieren

29 maart 2017

Een kwart van de middelbare scholieren in Nederland heeft niet het gewenste tekstbegripniveau dat noodzakelijk is om hun schoolboekteksten te begrijpen. Het tekstbegrip van leerlingen met een andere thuistaal dan het Nederlands – die bovendien een lage sociaaleconomische status hebben - is in het bijzonder ondermaats. Taalwetenschapper Camille Welie onderzocht het tekstbegrip van tweedeklassers en promoveert op woensdag 12 april aan de Universiteit van Amsterdam.

Het ondermaatse tekstbegripniveau van leerlingen met een niet-Nederlandse thuistaal is zorgelijk, betoogt Welie, omdat een gering tekstbegrip het leren belemmert. ‘Extra inspanning, op school en daarbuiten, is nodig om schoolsucces voor tweetalige leerlingen te bevorderen.’

Niet-Nederlandse thuistaal

Welie voerde zijn onderzoek uit bij tweedeklassers in het voortgezet onderwijs op vmbo-t, havo- en vwo-niveau. 65 tot 68 procent van hen had een thuistaal anders dan het Nederlands. Het onderzoek richtte zich op  vier onderliggende componenten van het begrijpen van informatieve teksten: leesmotivatie, kennis van connectieven, tekstvloeiendheid en vaardigheid in het infereren van tekststructuur. ‘Connectieven, ofwel verbindingswoorden, geven de aard van de relatie tussen tekstdelen aan. Zo geeft het verbindingswoord ‘doordat’ bijvoorbeeld aan dat de relatie tussen tekstdelen causaal is’, legt Welie uit, ‘en vaardigheid in het infereren van tekststructuur maakt het voor lezers mogelijk om onderscheid te maken tussen belangrijke en minder belangrijke informatie in een tekst.’

Individuele verschillen tweedeklassers

Zowel kennis van connectieven als vaardigheid in het infereren van tekststructuur bleken een unieke voorspellende waarde te hebben voor individuele verschillen in het begrip van informatieve teksten bij tweedeklassers. Uniek betekent hier wanneer wordt gecontroleerd voor in eerder onderzoek aangetoonde voorspellers van tekstbegrip zoals zinsvloeiendheid, algemene woordenschat en metacognitieve kennis.

Een belangrijke bevinding uit Welies onderzoek is dat niet alle leerlingen even goed lijken te profiteren van hun kennis van connectieven tijdens het lezen. Welie: ‘Onze resultaten leken aan te tonen dat tweedeklassers niet alleen de betekenis van connectieven moeten kennen om ze tijdens het lezen optimaal te kunnen gebruiken. Leerlingen moeten daarnaast ook kennis hebben van leesstrategieën en tekststructuur in het algemeen. Een recente eye-tracking studie, geïnspireerd op mijn bevindingen, bevestigt deze aanname.’

Gelijke kansen

Met zijn studie vergroot Welie de kennis over het begrijpen van informatieve teksten op de middelbare school. ‘Ik probeer te benadrukken dat onder meer kennis van connectieven en vaardigheid in het infereren van tekststructuur meer aandacht zouden moeten krijgen in het begrijpend leesonderwijs. En dat het onvoldoende is om alleen de betekenis van connectieven te kennen: leerlingen moeten ook het belang van deze woorden begrijpen, én weten hoe ze deze woorden kunnen benutten tijdens het lezen’. Meer aandacht voor begrijpend lezen voor tweetaligen met een niet-Nederlandse thuistaal is van maatschappelijk belang, besluit hij, met als ambitieus doel: gelijke kansen creëren voor leerlingen om hun schoolcarrière succesvol te beëindigen.

Promotiegegevens

Dhr. C.J.M. Welie: Individual Differences in Reading Comprehension. A Componential Approach to Eighth Graders’ Expository Text Comprehension. Promotor is prof. dr. F. Kuiken. Copromotor is prof. dr. J.J.M. Schoonen (Radboud Universiteit Nijmegen).

Tijd en locatie

Woensdag 12 april, 13.00 uur. Locatie: Aula van de UvA: Singel 411, Amsterdam.

Gepubliceerd door  UvA Persvoorlichting