Wie betaalt voor overstromingsgevaar?

26 januari 2017

Door klimaatverandering en toenemende verstedelijking wordt het overstromingsgevaar steeds groter. Maar wie betaalt er als het water schade aanricht? Om antwoord te krijgen op die vraag roepen beleidsmakers de hulp in van experts. In haar promotieonderzoek kijkt Emmy Bergsma wie die experts zijn en op wiens schouders de kosten van overstromingen volgens hen terecht zouden moeten komen. Bergsma promoveert op vrijdag 10 februari aan de Universiteit van Amsterdam.

Bergsma onderscheidt twee beleidsbenaderingen. In de traditionele veiligheidsbenadering worden overstromingen gezien als collectief risico en nemen nationale overheden het grootste deel van de kosten en verantwoordelijkheden op zich. Zij investeren in bescherming via dijken en compenseren de schade als deze bescherming faalt. Een tweede benadering die recent meer aandacht krijgt is de ruimtelijke benadering. Hierin worden overstromingen gezien als individueel risico, veroorzaakt door lokale keuzes waarbij geen rekening is gehouden met mogelijk overstromingsgevaar. Maatregelen die daarbij horen, zetten in op schadebeperking door de ruimtelijke ordening beter af te stemmen op overstromingsrisico’s. Deze maatregelen doen een groter beroep op gemeenten, burgers en bedrijven. 

Nederland, land van dijken

In haar onderzoek gebruikt Bergsma zowel het overstromingsbeheer in Nederland als dat in de Verenigde Staten als casestudy. ‘Nederland is van oudsher een land dat hangt aan de traditionele veiligheidsbenadering’, vertelt ze. ‘We zijn gewend dat overstromingsbeleid het pakkie-an van de overheid is. Nederland is een land van dijken bouwen, dijken versterken en schadecompensatie als het toch mis gaat.’ In Nederland zijn ingenieurs altijd aangewezen als dé overstromingenexperts. In haar historische analyse ontdekte Bergsma dat hoewel deze ingenieurs de kosten en baten van beschermingsmaatregelen nauwkeurig uiteenzetten, de afweging van deze kosten en baten uiteindelijk bij het Nederlandse parlement lag.

Dit ligt anders voor ruimtelijke maatregelen, die sinds de jaren ’90 worden besproken in het Nederlandse parlement. In deze debatten worden de gevolgen van ruimtelijke maatregelen voor gemeenten, burgers en bedrijven nauwelijks herkend. Bergsma verklaart dit door de sterke afhankelijkheid tussen ingenieurs en de Nederlandse politiek, waardoor alleen de rol van de nationale overheid in het omgaan met overstromingen wordt bekeken.

Wat als de staat zich terugtrekt?

In de VS daarentegen blijken juist sociaal geografen een sterke relatie te hebben met de politiek. Zij stonden aan de basis van een omslag naar een ruimtelijke benadering in de jaren ’60, waarbij burgers werden ontmoedigd om in overstromingsgevoelige gebieden te gaan wonen. Doen ze dit niet, dan draaien ze zelf op voor de kosten. Dit past volgens Bergsma bij het politieke klimaat: ‘De VS heeft een meer individualistische cultuur, zonder al te veel staatsbemoeienis.’ Toch werden in het Amerikaanse debat de gevolgen van deze beleidsomslag voor gemeenten en burgers wel besproken. Zij werden inzichtelijk gemaakt door de sociaal geografen die aan de wieg stonden van de ruimtelijke benadering in de VS.

Er moeten keuzes gemaakt worden in overstromingsbeheer. In de keuze voor bepaalde maatregelen is het wel belangrijk om ook de verdelingsgevolgen mee te nemen. Oftewel, zegt Bergsma: ‘Op wiens schouders komt de last van de overstromingen terecht, op die van de overheid en dus die van de nationale belastingbetaler of van individuen die ervoor kiezen dicht bij het water te wonen?’ Bergsma hoopt met haar promotieonderzoek bij te dragen aan het maken van deze afweging. Ze ziet haar promotieonderzoek als een eerste verkenning: ‘In vervolgonderzoek zou ik graag de verschillende standpunten hierover beter in kaart brengen.’

Promotiegegevens

Mw. E.J. Bergsma: From Flood Safety to Risk Management: The Rise and Demise of Engineers in the Netherlands and the United States? Promotor is prof. dr. M. Fennema. Copromotor is dr. M.J.M. Maussen.

Tijd en locatie

De promotie vindt plaats op vrijdag 10 februari, 10.00 uur. Locatie: Agnietenkapel, Oudezijds Voorburgwal 231, Amsterdam.

Gepubliceerd door  UvA Persvoorlichting