Lokale machtsverhouding cruciaal bij counterinsurgency

1 december 2016

Om met succes bij te dragen aan vrede en stabiliteit in een gefragmenteerd land als Afghanistan, is het essentieel lokale machtsstructuren mee te wegen. Daarbij kan een militaire partij als Nederland het zich niet permitteren onwelgevallige machthebbers te negeren. Dat concludeert Martijn Kitzen op basis van onderzoek waarin hij de Nederlandse missie in Uruzgan en de koloniale Atjeh-oorlog tegen het licht houdt. Woensdag 14 december promoveert hij aan de Universiteit van Amsterdam.

Waar militairen traditioneel worden klaargestoomd voor een oorlog tegen een ander land, spelen veel conflicten zich tegenwoordig in een minder eenduidige context af. Zo doen militairen bijvoorbeeld aan counterinsurgency, het creëren van veiligheid en stabiliteit in een regio om bepaalde groepen opstandelingen te bestrijden. Om grip te krijgen op de complexiteit van die missies, onderzocht oud-militair Martijn Kitzen de Nederlandse missie in Uruzgan tussen 2006 en 2010 en de koloniale Atjehoorlog, eind negentiende eeuw. 

Kitzen komt tot de conclusie dat duurzame stabiliteit alleen kan worden bereikt als de militaire partij het spel van lokale legitimiteit van macht meespeelt. Dat is vooral van belang in een weblike samenleving als Afghanistan, waar veel macht op lokaal niveau ligt bij een scala aan dorpsoudsten, krijgsheren en stamleiders. Ter illustratie van wat er misgaat als de lokale machtsverhouding niet voldoende wordt meegewogen, noemt Kitzen het afzetten van de criminele gouverneur van Uruzgan, Jan Mohammed Khan. Kitzen: ‘Met het afzetten nam Nederland hem zijn formele macht af, maar onderschatte zijn informele macht: geld uit drugshandel en relaties met onder meer president Karzai. Die haalde hem dan ook naar Kabul als adviseur tribale gebieden.’ Vanuit die functie kon Khan verder onrust stoken in Uruzgan. Op het moment dat het Nederlandse kabinet viel over de missie in Uruzgan, werd de nieuwe gouverneur van Uruzgan prompt ontslagen, kwam de Khan-clan terug in Uruzgan en vervloog de opgebouwde stabiliteit.

Verzoening

Nederland trachtte moreel juist te handelen, door niet samen te werken met een criminele man die zijn vijanden uit de weg laat ruimen, maar ondermijnde daarmee onbedoeld stabiliteit op lange termijn, aldus Kitzen. De promovendus pleit ervoor voorafgaand aan een missie goed in kaart te brengen hoe de macht verdeeld is in een gebied, wie de spelers zijn, wat hun belangen zijn en wat ze met hun macht doen. ‘Vervolgens moet je bepalen wiens macht je moet bekrachtigen om te komen tot verzoening en een overheid die wordt gedragen door de lokale bevolking. Aan de andere kant moet je bepalen wiens macht je wilt inperken, al dan niet met dwang. In het geval van Khan had je bijvoorbeeld zijn onrechtmatig verkregen geld kunnen afnemen om hem buitenspel te zetten.’

Om iets te kunnen zeggen over de langetermijngevolgen van ingrijpen in de lokale machtsstructuur, onderzocht Kitzen ook de dynamiek van de Atjeh-oorlog. ‘Zo’n koloniale oorlog is vergelijkbaar met counterinsurgency-missies. In beide gevallen streeft de militaire partij naar een stabiele overheid die gebruikmaakt van lokale leiders, zodat lokale opstandelingen geen voet aan de grond krijgen bij conflicten.’ De casus Atjeh toont hoe verstrekkend de gevolgen van dat machtsspel kunnen zijn. Daar kregen de kopmannen uit de peperhandel een onevenredig sterke positie toebedeeld door de militaire steun uit Nederland. Deze leiders misbruikten die macht vervolgens en buitten de lokale bevolking uit. ‘Dat werkte nog decennia door in opstanden van onderdrukte mensen tegen de lokale leiders en later tegen de Indonesische overheid.’

Wars of Choice

Dat het ingrijpen in beide gevallen niet optimaal is verlopen, is wat Kitzen betreft geen reden om te stoppen met counterinsurgency. ‘In tegendeel, dat is juist de klassieke foute gevolgtrekking. We kunnen leren van fouten in eerdere missies. Als we meer aandacht hebben voor het belang van lokaal machtsspel in de defensie-opleiding en er meer politiek bewustzijn is van voorwaarden als mandaat en lange adem, kunnen we dit beter doen. Irak en Afghanistan kun je Wars of Choice noemen, maar met de huidige onrust om ons heen zullen er wellicht ook Wars of Necessity de kop op steken, oorlogen die direct van invloed zijn op het nationale belang. Met het oog hierop zijn eerdere missies waardevolle lessen.’

Promotiegegevens

Dhr. M.W.M. Kitzen: The Course of Co-option. Promotor is prof. dr. H. Amersfoort. Copromotor is dr. M.A. Fumerton (UU).

Tijd en locatie

De promotie vindt plaats op woensdag 14 december, 13.00 uur
Locatie: Aula van de UvA, Singel 411, Amsterdam. 

Gepubliceerd door  UvA Persvoorlichting