Gegevens moeten leidend zijn bij aanpak criminele netwerken

8 december 2016

Begin bij opsporingswerk niet met aannames over een crimineel netwerk, maar laat data over sociale en criminele relaties tussen mensen leidend zijn. Dat is een van de aanbevelingen die Paul Duijn doet op basis van zijn criminologische studie. Donderdag 22 december promoveert hij op dat onderzoek aan de Universiteit van Amsterdam.

Momenteel vormen rechercheurs doorgaans een beeld van een crimineel netwerk op basis van bepaalde, zelfgekozen criteria. Dat zijn criteria als de aanwezigheid van een hiërarchische structuur of het draaien van een criminele omzet van minimaal een aantal ton per jaar. Maar selectie op basis van criteria levert een beperkt en vertekend beeld op van de realiteit, blijkt uit Duijns onderzoek.

Opportunistisch

Om beter zicht te krijgen op criminele structuren combineerde Duijn verschillende soorten informatie over de relaties tussen 22.000 bekende criminelen. Het ging om gegevens van informanten uit arrestatieverslagen, politieverslagen en van sociale media. ‘Ieder type informatie biedt een eigen perspectief op relaties tussen deze spelers. Door die lagen te combineren en aan elkaar te toetsen, ontstaat een zo objectief en compleet mogelijk beeld van de structuur van zo’n crimineel netwerk.’

De 22.000 potentiële criminelen binnen de set hielden zich op internationaal niveau bezig met verschillende soorten criminaliteit; productie van synthetische drugs, hennepteelt, afpersing en witwassen bijvoorbeeld. De gemene deler was het feit dat ze allemaal een relatie hadden met een specifiek geografisch gebied, als pragmatische, maar arbitraire begrenzing van de dataset.

Van de veronderstelde hiërarchie binnen criminele netwerken zag de promovendus weinig terug in de netwerkstructuur en -dynamiek op basis van een sociale netwerkanalyse. ‘De relaties in zo’n crimineel netwerk zijn meer fluïde en opportunistisch. Er zijn wel beeldbepalende figuren of mensen met meer zeggenschap, maar het klassieke beeld van een maffialeider die via een aantal vertrouwelingen een heel netwerk bestiert is te simplistisch. Het netwerk werkt als een complex adaptief systeem, dat zich voortdurend aanpast aan veranderende omstandigheden en waarin niemand het totale overzicht van de activiteiten en algehele structuur kan hebben.’

De Holleeders

Duijn liet een aantal algoritmen los op zijn netwerkmodel om de mogelijke effecten van verschillende politie-interventies in kaart te brengen. Daaruit bleek bijvoorbeeld dat het aanpakken van die leidinggevende figuren niet de meest effectieve manier is om een netwerk plat te leggen. ‘Het is verleidelijk om de beeldbepalers aan te pakken, de Holleeders zeg maar, omdat zij veel op hun kerfstok hebben. Maar dat getuigt van denken op microniveau, terwijl onze modellen laten zien dat een systeemaanpak op lange termijn effectiever is.’

Zo’n systeemaanpak houdt rekening met de complexiteit en vervlochtenheid van het netwerk. Van Duijns simulatie liet zien dat opgepakte leiders in een mum van tijd worden vervangen, zonder dat het netwerk daar onder lijdt. Bepaalde specialisten, een laborant in de synthetische drugs of een notaris bij witwaspraktijken, zijn crucialer voor het voortbestaan van criminele praktijken. ‘Ook die worden in eerste instantie vervangen, maar als je langdurig rechercheert op zo’n sleutelpositie en ook de vervangers van de vervangers oppakt, droogt de kweekvijver van specialisten op. Dan komt zo’n netwerk echt in de problemen.’ Maar die aanpak vereist een lange adem en nauwe afstemming van informatie-inwinning, preventiemaatregelen en opsporingsacties, benadrukt Duijn. ‘Tijdens en na het verwijderen van zo’n specialist moet je het netwerk extra goed in de gaten houden om te achterhalen wie de opvolger is. Maar op die manier bereik je uiteindelijk het meeste resultaat in het bestrijden van georganiseerde criminaliteit.’

Promotiegegevens

Dhr. P.A.C. Duijn: Detecting and Disrupting Criminal Networks. A Data Driven Approach. Promotoren zijn prof. dr. ir. A.G. Hoekstra en prof. dr. ing. Z.J.M.H. Geradts.

Tijd en locatie

De promotie vindt plaats op donderdag 22 december, 12.00 uur

Locatie: Agnietenkapel, Oudezijds Voorburgwal 231, Amsterdam.

Gepubliceerd door  UvA Persvoorlichting