Minder permanente verblijfsvergunningen door Wet Inburgering

27 januari 2015

Door de invoering van de inburgeringsplicht is het aantal aanvragen en inwilligingen van verblijfsvergunningen voor onbepaalde tijd en voortgezet verblijf sinds 2010 gedaald. Dat staat in het onderzoeksrapport ‘Verblijfsrechtelijke consequenties van de Wet Inburgering’ dat morgen wordt gepresenteerd.

Het onderzoek is uitgevoerd door drs. Elles Besselsen en prof. dr. Betty het Hart (hoogleraar migratierecht) van de Universiteit van Amsterdam en financieel mogelijk gemaakt door de gemeente Amsterdam en Stichting Ammodo.

Per 1 januari 2007 geldt de Wet Inburgering, waarbij migranten van buiten de Europese Unie het inburgeringsexamen dienen te halen. Sinds 2010 zijn verblijfsrechtelijke consequenties verbonden aan de inburgeringsplicht. Zonder inburgeringsdiploma hebben migranten van buiten de Europese Unie geen toegang tot permanent verblijf en wordt er geen toegang tot ‘voortgezet verblijf na vijf jaar verblijf als gezinslid’ verleend.

Van de 6945 Amsterdammers die sinds 2009 inburgeringsplichtig zijn, heeft een minderheid van 23,3 procent na vijf jaar nog niet aan de inburgeringsplicht voldaan. Besselsen en De Hart, beiden verbonden aan het  Amsterdam Centre for European Law and Governance, onderzochten de effecten van de verblijfsrechtelijke consequenties van de Wet Inburgering op migranten in Amsterdam.

Uit een reeks interviews met migranten blijkt dat niet alle migranten zich realiseren dat zij wettelijk verplicht zijn in te inburgeren. Ook zijn sommigen zich niet bewust van de verblijfsrechtelijke consequenties die het niet voldoen aan de inburgeringsplicht kan hebben. Het inburgeren wordt eerder als een mogelijkheid gezien voor mensen die het nodig hebben voor hun integratie in de Nederlandse samenleving, dan als een verplichting waaraan consequenties zijn verbonden. Een combinatie van factoren leidt ertoe dat migranten (nog) niet aan hun inburgeringsplicht voldoen: moeite met het leren van de Nederlandse taal, tijdgebrek door  de combinatie werk en gezinsleven, de financiële situatie, slechte gezondheid.

De onderzoekers deden kwantitatief onderzoek met cijfers van de IND en een dossieronderzoek van afgewezen aanvragen. Het niet voldoen aan de inburgeringsplicht – al dan niet in combinatie met de inkomenseis – was een belangrijke reden dat minder verblijfsvergunningen werden aangevraagd en ingewilligd. De aanname in het politieke debat dat de inburgeringsplicht geen problemen voor het verblijfsrecht zal opleveren, omdat iedereen het examen kan halen of in aanmerking komt voor een ontheffing, blijkt ongegrond.

De meest voorkomende verblijfsrechtelijke consequentie is dat er geen toegang wordt verleend tot een vergunning voor onbepaalde tijd. Bij aanvragen voor voortgezet verblijf na verbroken huwelijk of relatie dreigt het verblijfsrecht zelfs in zijn geheel te vervallen.

Presentatie rapport

Op woensdag 28 januari wordt het rapport gepresenteerd. Tijdens deze bijeenkomst geven verschillende sprekers uit de academische wereld en het maatschappelijk veld commentaar op de uitkomsten van het onderzoek.

Publicatiegegevens

Elles Besselsen en Betty de Hart: ‘Verblijfsrechtelijke consequenties van de Wet inburgering. Een onderzoek naar de ervaringen van migranten in Amsterdam.’ (2014, Wolf Legal Publishers).

Gepubliceerd door  UvA Persvoorlichting