Merendeel flexstudenten flext nog steeds

27 maart 2018

Van de 236 studenten die zich vorig jaar opgaven voor de pilot Flexstuderen, zijn er nog 195 ingeschreven als flexstudent. 27 deelnemers hebben zich inmiddels ingeschreven als voltijdstudent. Veertien studenten staan niet meer ingeschreven; negen van hen hebben inmiddels hun diploma behaald. Dat is de tussenstand van de Pilot Flexstuderen.

De pilot Flexstuderen startte in het collegejaar 2017/18 voor dertien UvA-opleidingen. Flexstuderen betekent dat studenten alleen collegegeld betalen voor de vakken die ze van plan zijn te gaan volgen.

Waarom flexstuderen?

In een deelnemersenquête is onder meer gevraagd naar de reden(en) om te willen flexstuderen. Voor driekwart van de deelnemers waren financiële overwegingen belangrijk, en/of dat zij nog maar één of enkele vakken hoefden te volgen. De helft van de deelnemers noemde persoonlijke omstandigheden, baan/onderneming of bestuurswerk als overweging.

Van hen antwoordde rond de 10% met familieomstandigheden of mantelzorg, 10% met ondernemerschap, 10% met chronische beperkingen, 5% met tijdelijke fysieke redenen en 20% met bestuurswerk. Een kwart gaf hierop geen antwoord en de rest antwoordde met ‘geen van deze categorieën’.

Halvering collegegeld

Gemiddeld wil een flexstudent 24 punten halen en, met de 15% opslag in het tarief, betekent dat gemiddeld een halvering ten opzichte van het voltijds collegegeld. Flexstuderen stond dit jaar alleen open voor herinschrijvers en nog niet voor eerstejaars masterstudenten. Dat kan verklaren dat het motief ‘nog maar weinig punten te gaan’ relatief veel genoemd wordt. De voorlichting vanuit de UvA over het experiment wordt over het algemeen goed of in ieder geval voldoende geacht

Over flexstuderen

Het experiment flexstuderen is een initiatief van de LSVb, VVD en PvdA om het mogelijk te maken dat de student die in een jaar slechts enkele vakken volgt ook alleen voor die vakken collegegeld betaalt. Naast de UvA voeren de Universiteit Tilburg en de Hogescholen Utrecht en Windesheim het experiment uit, ieder met een eigen toespitsing op doelgroepen. De duur van het experiment is 2017-2023; na de eerste twee jaargangen vindt een tussenevaluatie plaats op grond waarvan de minister het experiment zo nodig eerder kan stopzetten.

Gepubliceerd door  Universiteit van Amsterdam