Breed draagvlak voor nieuw allocatiemodel dankzij gezamenlijke aanpak

5 december 2017

Het College van Bestuur (CvB) heeft afgelopen week het traject afgerond om te komen tot een vernieuwd allocatiemodel. In de afgelopen twee jaar is veelvuldig met vertegenwoordigers van de faculteiten gesproken en op zorgvuldige wijze gebruik gemaakt van de inbreng vanuit de organisatie.

Na consultatie van de Academische Gemeenschap via ‘Denk mee met de UvA’ zal een voorlopig besluit worden genomen dat vervolgens ter instemming aan de Gezamenlijke Vergadering (COR en CSR) zal worden voorgelegd. Het vernieuwde allocatiemodel zal dan voor het eerst toegepast worden bij het opstellen van de Kaderbrief 2019.

De afgelopen maanden hebben het CvB en de decanen van alle faculteiten met elkaar gesproken over hoe een vernieuwd allocatiemodel bij de UvA kan worden ingevoerd. In het bijzonder is gesproken over de verdeling van de capaciteits- en beleidsbudgetten. Deze gesprekken waren een vervolg op sessies eerder dit jaar waarin het CvB en de decanen zich gezamenlijk bogen over het eindrapport van de werkgroep ‘allocatiemodel’ en de daarin opgenomen voorstellen voor een nieuw allocatiemodel.

Jan Lintsen, sinds 1 september lid van het College van Bestuur en portefeuillehouder Financiën: 'Het allocatiemodel is voor de UvA een belangrijke basis voor de implementatie van de strategie in de komende jaren. We hechtten er dan ook veel waarde aan om met alle decanen het gesprek te hebben over hun ideeën en zorgen naar aanleiding van het eerste voorstel om zodoende tot een breed gedragen model te komen. De tijd die we daarvoor hebben genomen heeft geleid tot aanpassing op een aantal punten waar verdere uitwerking nodig was of om aansluiting met het bestaande beleid te borgen.'

Het voorstel voor het vernieuwde allocatiemodel dat met input van de decanen tot stand is gekomen, ligt in lijn met de strategische uitgangspunten van de UvA.

Lintsen: 'Dit model ondersteunt de bestaande strategie optimaal. Het geeft ruimte voor innovatie, het versterkt de keuze om een brede universiteit te zijn en vergroot de binding tussen onderwijs en onderzoek. Het model geeft veel beleidsruimte op facultair niveau en verbetert ook de financiële veerkracht van de UvA. Het is nu zodanig uitgewerkt dat het voor langere tijd kan dienen als basis voor het vaststellen van budgetten en het opstellen van begrotingen.'

Belangrijkste verschillen met het huidige allocatiemodel

De essentie van het nieuwe allocatiemodel is dat het de strategie van de universiteit zoals beschreven in het Instellingsplan (IP) ondersteunt (zie ook bij ‘veel gestelde vragen’ onder aan dit artikel).

Een uitwerking hiervan is dat de koppeling tussen onderwijs en onderzoek zichtbaarder en sterker is gemaakt door een opslagfactor van 25% te hanteren op het variabele onderwijsbudget. Op elke € 100 (variabel) onderwijsbudget wordt dus € 25 onderzoeksbudget verstrekt. In combinatie met andere onderzoeksmiddelen leidt dit voor alle faculteiten tot een onderzoeksbudget dat minstens 30% van de eerste geldstroom beslaat. Dit stelt faculteiten in staat om de onderzoeksinspanning mee te laten bewegen met de ontwikkeling van studentenaantallen, zodat alle studenten onderzoeksintensief onderwijs kunnen krijgen.

Wanneer wordt het nieuwe allocatiemodel ingevoerd

Omdat het allocatiemodel geldt als een van de hoofdlijnen van de begroting wordt de gebruikelijke wijze van instemming en publicatie gevolgd. De Academische Gemeenschap kan vanaf 5 december kennis nemen van het voorstel via denkmee.uva.nl. Tot en met 19 december 2017 kunnen zij via dat platform reageren op het voorstel. Na afloop van de consultatieperiode neemt het College van Bestuur de opmerkingen van de Academische Gemeenschap in overweging en komt vervolgens tot een voorgenomen besluit. Vervolgens wordt het voorstel aangeboden aan de medezeggenschap ter instemming. Ook zullen de reacties van de academische gemeenschap gebundeld worden aangeboden aan de Gezamenlijke Vergadering (GV). Pas na afloop van de instemmingsperiode zal een definitief besluit worden genomen door het CvB, zodat rekening gehouden kan worden met de vragen en punten van de GV. Afronding van het instemmingsproces wordt eind februari verwacht. Mocht blijken dat meer tijd nodig is voor GV en CvB om van gedachten te wisselen, zal de planning worden aangepast. Na vaststelling zal het nieuwe allocatiemodel met ingang van het volgende begrotingsjaar gebruikt worden, te beginnen bij het opstellen van de Kaderbrief 2019.

Gepubliceerd door  Universiteit van Amsterdam