Groeten uit… Amman, Jordanië

24 juli 2017

UvA-wetenschappers zitten overal: van het lab aan Roeterseiland tot de Noordpool en van Oostenrijk tot de Verenigde Staten. Of, zoals dr. Vivienne Matthies-Boon, in Jordanië. Ze doet daar onderzoek naar de geestelijke gezondheidszorg voor Syrische vluchtelingen. Hoe ziet een typische werkdag er voor haar uit? En wat is het meest bijzondere dat ze tot nu toe heeft meegemaakt tijdens haar onderzoek in het buitenland?

Dr. Vivienne Matthies-Boon specialiseert zich in internationale betrekkingen in het Midden-Oosten. Momenteel doet ze veldonderzoek in Amman, de hoofdstad van Jordanië, en in het noorden van het land. Ze werkt samen met dr. Erin Wilson, een collega van de Rijksuniversiteit Groningen.  Samen schrijven ze academische artikelen over hun onderzoek. Daarnaast willen Matthies-Boon en Wilson richtlijnen en trainingsprogramma’s opstellen voor hulpverleners op het gebied van geestelijke gezondheid.

Turkse koffie en labneh

‘We zitten hier nu twee weken, ik kom binnenkort weer naar Nederland. Maar in oktober ga ik naar Beiroet, Libanon, voor hetzelfde onderzoeksproject, en in december keer ik terug naar Amman. Het onderzoeksproject is een pilotstudie naar de rol van spiritualiteit en religie bij traumaverwerking onder Syrische vluchtelingen.

Een typische dag hier begint rond 7 uur ’s morgens. We ontbijten met een sterke kop Turkse koffie (of twee) en wat flatbread met labneh en komkommer. ’s Morgens is het hier trouwens al bloedheet, een graad of 40, 42, en pas ’s avonds ‘koelt het af’ – naar 35 graden.

Rond 9 uur gaan we op pad: we houden een taxi aan die ons naar de stad en andere plekken in Jordanië brengt. Die taxiritjes zijn een uitdaging op zich: de chauffeurs kennen geen straatnamen, maar rijden naar bezienswaardigheden, en wij kennen op onze beurt de bezienswaardigheden in de buurt van onze bestemming niet. Maar uiteindelijk komen we er altijd.'

Coping mechanisms bij vluchtelingen

'We nemen hier semigestructureerde interviews af over de rol van spiritualiteit bij traumaverwerking en zogenoemde coping mechanisms van vluchtelingen. We spreken niet alleen mensen die hier geestelijke zorg krijgen – de vluchtelingen zelf dus – maar ook lokale en internationale hulpverleners die psychologische zorg bieden. De interviews gaan achter elkaar door; we nemen er drie per dag af en elk interview duurt 1,5 tot 2 uur.

Behoorlijk intens, niet alleen omdat we dus drie mensen per dag spreken, maar ook vanwege de inhoud van de gesprekken. Die gaan bijvoorbeeld over de veelvoorkomende verkrachtingen van jonge kinderen, zowel jongens als meisjes, in en buiten de vluchtelingenkampen in Zaatari en Azraq, of over de zware omstandigheden van ITS-vluchtelingen. Dat zijn vluchtelingen die niet in een kamp verblijven, maar erbuiten, zonder hulp en bescherming.'

Burgeroorlog in Syrië

'We praten ook over de vreselijke gevolgen van de burgeroorlog die in Syrië woedt. Vluchtelingen vertellen over onthoofdingen van hun familieleden, of over familie die geraakt is tijdens bombardementen. Daarnaast komt de structurele armoede en de nijpende staat van geestelijke gezondheidszorg voor vluchtelingen ter sprake. Dat komt niet alleen door een gebrek aan geld en aandacht van donateurs, maar ook door de werkwijze van dienstverlenende ngo’s hier.

Rond een uur of zes, zeven gaan we terug richting ons hotel om te eten. Dat doen we bij een lokaal Syrisch restaurant op de hoek of bij een falafeltentje in de buurt. Daarna – als er hier gebeden wordt – gaan we naar het huis van goede vrienden van ons uit Egypte, die ook in de hulpverlening werken. Terwijl we in de tuin thee drinken en shisha roken, praten we over de situatie in Jordanië en de rest van de regio hier.

Wat tot nu toe het meeste indruk op me heeft gemaakt: ik  was in Russayfah, bij een lokale steungroep voor mensen met mentale problemen. Hier kwam ik een oudere, Syrische man tegen, die simpelweg niet kan stoppen met huilen. Hij huilt altijd, stopt nooit. Wat hem het meeste pijn doet, is de extreme armoede waarin hij leeft, maar vooral: zijn existentiële eenzaamheid. Hij is een ITS-vluchteling en krijgt dus geen hulp of bescherming.’

Meer Groeten uit...

Gepubliceerd door  UvA Persvoorlichting