Onvoldoende waarborgen in nieuwe nationale veiligheidswet

13 december 2016

Het wetsvoorstel voor een nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv) bevat onvoldoende waarborgen. Dat schrijven 29 vooraanstaande wetenschappers, van onder meer de Universiteit van Amsterdam, in een open brief die op dinsdag 13 december aan de Tweede Kamer is gestuurd. De Tweede Kamer bespreekt het wetsvoorstel deze week.

De open brief is een initiatief van Nico van Eijk, hoogleraar Informatierecht aan de UvA, en Bart Jacobs, hoogleraar Software Security and Correctness aan de Radboud Universiteit. De 29 wetenschappers, die onder meer een juridische en technische achtergrond hebben, noemen vijf punten waarop de wet moet worden aangepast:

  1. Het toezicht wordt over te veel instanties verdeeld. Het toezicht vooraf zou zoveel mogelijk bij één instantie, bij voorkeur een gespecialiseerde rechter, moeten worden ondergebracht. Bovendien kan de onafhankelijkheid en oordeelsvorming van het toezicht beter worden gegarandeerd door bijvoorbeeld het raadplegen van deskundigen mogelijk te maken.
  2. Meer en meer informatie wordt gedeeld met buitenlandse diensten. De besluiten daartoe worden niet vooraf getoetst. Dit moet alsnog gebeuren.
  3. Het wetsvoorstel stelt niet zeker dat het toezicht over voldoende middelen beschikt en effectief/efficiënt zijn werk kan doen. Op onafhankelijke wijze – bijvoorbeeld door de Algemene Rekenkamer -  moet worden vastgesteld wat er nodig is aan geld en personeel.
  4. Er moet veel selectiever met het verzamelen en analyseren van informatie worden omgegaan, zeker wanneer het gaat om het verzamelen in bulk. Niet-relevante informatie dient zo snel mogelijk te worden verwijderd – ook wel ‘select while you collect’ genoemd. Omdat niet vooraf te bepalen is wat de technologie gaat brengen, moeten nieuwe methodes afzonderlijk worden beoordeeld voordat ze kunnen worden ingezet. 
  5. Voor een goed draagvlak en controle, moet er zoveel mogelijk transparantie zijn. Het wetsvoorstel regelt nauwelijks iets over welke informatie naar buiten kan worden gebracht of worden opgevraagd. Evenmin is duidelijk wat bedrijven die betrokken bij surveillance mogen vertellen over hun betrokkenheid.  

Initiatiefnemers Van Eijk en Jacobs stellen dat hun voorstellen leiden tot een meer robuuste wet, die beter past bij de Nederlandse rechtstaat. Ook dragen ze volgens hen bij aan het goed functioneren van de veiligheidsdiensten en de legitimatie van hun inzet, waarbij het belangrijk is dat Nederland op dit vlak in Europa het goede voorbeeld geeft. 

Gepubliceerd door  UvA Persvoorlichting