Joost de Vries

Altijd blijven schrijven

‘De School voor Journalistiek was leerzaam, maar op geen enkele manier inhoudelijk. Het was een uitdaging om in mijn keuzeruimte een minor aan de UvA te volgen. Ik had behoefte aan vakken waar je daadwerkelijk voor moest leren.’

Bob Bronshoff

‘Omdat ik helemaal niet gewend was om hard te studeren, heb ik mijn eigen leermethode ontwikkeld. Daarbij maak ik een soort schema’s met daarin alle definities, namen en gebeurtenissen die voor een vak belangrijk zijn. Toch viel het mij mee hoe hard ik moest werken. Elk vak moet sinds de bachelor-masterstructuur is ingevoerd drie toetsmomenten kennen, dus er valt altijd wel wat te compenseren als je een keer minder goed voorbereid bent.
Ik koos voor een minor Amerikanistiek omdat ik gefascineerd ben door Amerikaanse geschiedenis en populaire cultuur. Ik volgde de meest interessante vakken, bijvoorbeeld over hoe Coca-Cola na de Tweede Wereldoorlog de Franse markt op kwam en het verzet van de bevolking daartegen. Er komen veel vakgebieden samen bij dit soort onderwerpen: bedrijfscultuur, internationale politiek, mentaliteitsgeschiedenis. Die combinatie vind ik leuk.
Aan de UvA heb ik de smaak voor het universitair onderwijs te pakken gekregen. Na de School voor Journalistiek heb ik een schakeljaar Geschiedenis gedaan aan de Universiteit Utrecht, gevolgd door een master Internationale betrekkingen in historisch perspectief. Ook tijdens deze jaren heb ik keuzevakken aan de UvA gevolgd. Mijn master was heel populair en had niet echt een vakkenpakket. Achteraf gezien heb ik heel veel vakken Amerikanistiek gevolgd. Ik heb zelfs een scriptie geschreven over actiefilms uit het Reagan-tijdperk. Al op de basis- en middelbare school was ik bezig met schrijven. Ik schreef met de hand verhalen en columns op losse blaadjes en als ik die goed genoeg vond, schreef ik ze heel netjes over in een speciale map. Ook tijdens mijn studie bleef ik schrijven, maar ik had wel het besef dat mijn werk nog niet publicabel was. Het ging toen vooral over studenten met omhoogstaande kraagjes en dronken meisjes. Het standaard studentenleven eigenlijk, dat al veel te vaak beschreven wordt. In mijn laatste jaar aan de School voor Journalistiek liep ik stage bij De Groene Amsterdammer. Daar kwam ik terecht bij de boekenbijlage ‘Dichters & Denkers’ en heb ik het schrijven weer serieus opgepakt. Tijdens mijn master ben ik in vaste dienst getreden van De Groene. Rond die tijd ben ik ook begonnen aan mijn debuutroman Clausewitz. Ik had een paar personages in mijn hoofd en ben daar scènes mee gaan uitproberen. Na een jaar in het wilde weg geschreven te hebben, kreeg ik in een keer het verhaal in mijn hoofd. Clausewitz gaat over de zoektocht naar een verdwenen schrijver. Ik wilde drie dingen naar voren laten komen: een spannend verhaal, de persoonlijke ontwikkeling van de hoofdpersoon en de botsende wereldbeelden van de jongere personages en de generaties boven hen.

Mijn eigen studententijd en ervaringen komen soms terug in het boek. Zo is de bibliotheek waarin de hoofdpersoon werkt, een combinatie van de universiteitsbibliotheek in Utrecht en die van het P.C. Hoofthuis. In het boek komt verder de twijfel terug die ik voelde als medestudenten met heilige overtuiging een bepaald standpunt innamen over een internationaal conflict. Ik denk dat als het over internationale politiek gaat, je nooit moet denken dat je alles weet. Daarvoor speelt er veel te veel.’  

Joost de Vries  (1983)

Beroep:

Redacteur bij De Groene Amsterdammer en schrijver van de roman Clausewitz.

Studie:

School voor Journalistiek in Utrecht, gevolgd door een schakeljaar Geschiedenis en de master Internationale betrekkingen in historisch perspectief aan de Universiteit Utrecht en een minor Amerikanistiek aan de UvA.

Afgestudeerd:

2008

Docent:

‘Hoogleraar Amerikanistiek Rob Kroes, hij maakte mij enthousiast voor zijn vakgebied. Docent Media en cultuur Dan Hassler-Forest vond ik goed omdat hij altijd populaire cultuur betrekt bij zijn colleges.’

UvA-plek:

‘Ik heb eindeloos in het P.C. Hoofthuis gezeten. Tegelijkertijd is dat mijn meest gehate plek, want ik vind het met stip het lelijkste gebouw in Amsterdam. Toch voelde ik me er thuis.’

Afknapper:

‘Bij ongeveer ieder college in mijn master werd de helft van de tijd besteed aan presentaties van studiegenoten. Onbegrijpelijk.’ 

Gepubliceerd door  Bureau Alumnirelaties en Universiteitsfonds

Tekst: Julie de Graaf

3 december 2013