Marietje d’Hane-Scheltema

'De studie zelf was in die jaren rond 1952 nog een beetje 19e-eeuws.'

Marietje d'Hane Scheltema

Klassieke taal- en letterkunde 1960

Eredoctoraat 2003

Lid van Kring Geschiedenis

Waarom heeft u voor een studie aan de UvA gekozen?

Elders studeren dan in Amsterdam heb ik nooit overwogen: ik was er geboren en getogen, woonde in de Vondelstraat bij mijn moeder, die al jong weduwe was, en ik had geen enkele behoefte aan meer zelfstandigheid of nieuwe avonturen. Weinig opwindend, maar zo is kennelijk mijn aard. Overigens was ik als scholier al vertrouwd met de AUV, omdat mijn moeder , zelf ook alumna, jarenlang secretaresse was van de vereniging en ik haar vooral voor de universiteitsdag veel hielp met adressen schrijven en wat dies meer zij. 

Hoe kijkt u terug op uw studietijd?

Als vanzelfsprekend ging mijn schooltijd dus over in studietijd, de UvA en vooral de Oudemanhuispoort waren tegelijk nieuw en vertrouwd. Voor mijn studierichting klassieke talen, kwamen we aan met ongeveer 22 eerstejaars, een gering aantal vergeleken met dat van aanstaande juristen of medici. Het gelukkige toeval wilde dat het binnen die groep direct klikte, we trokken veel met elkaar op en al na korte tijd vormden we als vanzelf een stimulerend vakdispuut dat de basis werd van jarenlange vriendschappen, en waar bepaald niet alleen over Romeinen en Grieken werd gepraat. Enkelen waren daarnaast ook lid van een zogenaamde gezelligheidsvereniging. In mijn herinnering zorgde dat samen voor een volle agenda met geheel gescheiden activiteiten, die elkaar in goed evenwicht hielden.

De studie zelf was in die jaren rond 1952 nog een beetje 19e-eeuws: geen studiebegeleiders, geen werkgroepen voor grammatica of tekstbeheersing - die werden bekend verondersteld. Wel direct in het eerste jaar een thema Nederlands-Latijn zonder woordenboek. Geen readers samengesteld door docenten, maar dikke, sinds lang erkende standaardwerken, vooral in het Duits, die veel te duur waren om zelf aan te schaffen, dus maakten we er op het klassiek-seminarium Boot uittreksels van. Boot, annex koffiezaal, bevond zich in de Universiteitsbibliotheek en bleef tijdens alle studiejaren een veelbezochte, stille, maar ook gezellige plek. Tentamens waren vaak aan huis bij docenten, die niet allemaal in Amsterdam woonden (en een ov-jaarkaart bestond niet). De colleges didactiek, die na het kandidaatsexamen op het leraarschap moesten voorbereiden, waren niet verplicht en stelden weinig voor. Verschillenden van ons, ik ook, gaven trouwens allang onbevoegd les op school, omdat er gebrek aan leraren was en het een mooie bijverdienste vormde. 

Wie was uw favoriete docent en waarom?

Mijn hoogleraar Grieks, J.C. Kamerbeek, was een kamergeleerde die bij die oude stijl hoorde, maar ondertussen grote indruk maakte en prachtig colleges gaf over Griekse tragedies. Hij leerde ons lezen met grote precisie. Het was zijn uitdrukkelijke mening dat je Homerus, Sapfo of wie dan ook nooit kunt begrijpen, als je ze niet in het Grieks leest, maar hij was ook de eerste die mij later oprecht feliciteerde, toen ik enkele vertalingen publiceerde. Mijn leven lang heb ik, wanneer ik zelf iets schreef, gedacht: zou Kamerbeek dit passabel vinden? 

Zijn collega voor Latijn, A.D. Leeman, was in datzelfde jaar 1952 als zeer jong hoogleraar aangetreden met een wat modernere aanpak, hij daagde meer uit tot vraag- en antwoordspel, liet zelf zijn twijfels voelen. Terwijl ik Grieks als hoofdvak had, heeft hij mij steeds enthousiaster gemaakt voor het Latijn als taal, en speciaal voor de ‘moderne’, satirische toon van een weinig bekende dichter als Juvenalis. Ook na de studie heb ik altijd een zeer vriendschappelijk contact met hem gehad.

Marietje d'Hane Scheltema

Kunt u kort iets vertellen over uw loopbaan na uw afstuderen?

Natuurlijk, leermeesters hebben invloed, maar aan de mijne ėn aan de hierboven beschreven studiejaren heb ik vaak met extra grote dankbaarheid teruggedacht. Voor de klas kon ik uit meer rijkdom of wijsheid putten dan alleen de schoolstof meebracht; op reizen kon ik veel voor het eerst beleven en toch herkennen; ik kon nieuwsgierig blijven naar nieuwe ideeën op eigen vakgebied - om maar enkele dingen te noemen en niet te spreken van de zegen van veel vriendschap. Misschien dat een deel daarvan zich zonder die studieperiode ook wel had voorgedaan, maar voor mij ligt daar toch een afgerond begin. In elk geval heb ik me door dit alles achteraf nooit verveeld, heb ik sindsdien ook vrij standvastig in het leven gestaan, en bovendien heb ik het vertalen van teksten, dat mijn tweede vak is geworden en vele gelukkige uren heeft gevuld, daaraan te danken.

Welke meerwaarde heeft de AUV als alumnivereniging voor u?

Nu, op grijze leeftijd, realiseer ik me regelmatig en meer dan ooit hoeveel extra waarde zo’n studieperiode aan het leven heeft toegevoegd. Lid zijn van de AUV is dan een kleine, maar verplichte wederdienst, vind ik. Kortgeleden voelde ik me nog altijd heel vertrouwd op de AUV-dag, en vaak heb ik met profijt deelgenomen aan de alumnikring klassieke talen, die nu is opgegaan in de kring geschiedenis. Actief of niet actief, door de AUV blijf ik me zeer verbonden voelen met mijn Amsterdamse universiteit.

Gepubliceerd door  Bureau Alumnirelaties en Universiteitsfonds

1 december 2016